weergegeven: 1-2 van 2 resultaten

Goed bedoelde opmerkingen die pijnlijk kunnen zijn als je kindje stilgeboren wordt

Wanneer je kindje doodgeboren wordt staat je leven op zijn kop en het zal nooit meer hetzelfde zijn. Er volgen soms goedbedoelde opmerkingen, die best pijnlijk kunnen zijn. Uiteraard zijn mensen enorm met je begaan. Maar wat juist moeilijk is, is waar mensen je graag weer als je oude zelf terug willen zien, terwijl jij helemaal niet van je verdriet af wilt. Dit kan namelijk voelen alsof je je kindje aan het vergeten bent of geen recht doet aan het gemis.

Ik heb verschillende sterrenouders gesproken in voorbereiding op deze blog. Ik heb dit onderwerp aan ze voorgelegd en gevraagd welke opmerkingen hen zijn bijgebleven. Hieronder een overzicht van wat zij hebben aangegeven.

Je kindje heeft dus niet geleefd?
Mensen bedoelen uiteraard dat hij/zij na de geboorte niet geleefd heeft. Maar dat voelt alsof de zwangerschap niet meetelt, terwijl je die periode bij stilgeboorte juist enorm koestert. Natuurlijk heeft hij/zij geleefd. Je hebt het hartje gehoord en hem/haar voelen schoppen. Je kindje is misschien doodgeboren, maar heeft zeker wel geleefd.

Je hebt het kindje niet gekend, dat zou erger zijn geweest.
Wat onder andere pijn doet bij een doodgeboorte is dat je je kindje nooit zal kennen. Nooit de zorg kan geven die je wilde. Nooit die eerste stapjes en de eerste woordjes. Geen slaapliedjes en geen verhaaltjes. Je weet de kleur van zijn/haar oogjes niet. Veel sterrenouders hebben er alles voor over om die herinneringen te kunnen maken. Verdriet van stilgeboorte of overlijden van een kindje op latere leeftijd, is niet te vergelijken. Maar het verdriet bij stilgeboorte is daardoor zeker niet minder.

“We konden je niet kennen, maar we weten wie je bent”.

Ik heb ook wel eens een miskraam gehad.
Veel sterrenouders die ik gesproken heb, benoemden de vergelijking met een miskraam. Het lijkt alsof het krijgen van een miskraam meer besproken wordt en er minder een taboe op rust, dan bij doodgeboorte. Ik citeer een moeder die haar kindje is verloren:

“Ik had een kindje in mijn armen, helemaal compleet. Ik wil het verdriet bij een miskraam niet ondermijnen, alsof dat geen vreselijk verlies is, want ik heb dat zelf ook meegemaakt. Ieders verdriet mag er zijn. Maar een doodgeboren kindje een miskraam noemen, voelt alsof het niet erkent wordt. Het voelt alsof het afgedaan wordt als iets waar je wel sneller overheen moet stappen, alsof het niet een compleet kindje was, geen volwaardig kindje. Een kindje in je armen, een begrafenis, een crematie. Een kindje, zo compleet, is anders dan een miskraam”.

“Doodgeboorte: Wanneer een vrouw bevalt van een kindje dat na de 16e week van de zwangerschap in de buik is doodgegaan. Maar we praten ook over een ‘doodgeboorte’ als een kindje tijdens de bevalling doodgaat.”

Gelukkig heb je nog tijd en kun je nog kinderen krijgen.
Al heb je vijf kinderen, al krijg je er nog tien… het verdriet, de pijn en de rouw om het kindje wat je bent verloren zal hier nooit minder om zijn en is niet vervangbaar.

Je moet het een plekje geven.
“Het” heeft een naam. En een plekje? Waar is toch dat plekje dan? Het gemis en verdriet om je kindje zal voor altijd bij je zijn. Je leven wordt nooit meer hetzelfde. Er is geen ‘plekje’ voor. En bovendien, een plekje voelt als wegstoppen, dat willen we niet.

Werken?
Na een doodgeboren kindje heb je recht op normale zwangerschapsverlof, daar verbazen mensen zich soms over. Maar werken lukt vaak gewoonweg nog niet.

Wat dan wel?
Het is voor mensen uiteraard heel moeilijk om mee om te gaan. Wat zeg je en hoe gedraag je je, want je wilt juist het ‘goede’ doen. Maar na het overlijden van je kindje ben je niet bezig met wat de ander bezig houdt, dat het voor de ander moeilijk is. Dat is een beetje egoïstisch, maar wel de waarheid. Dat kun je er gewoon niet bij hebben.

Wat kan helpen is; wees eerlijk in je onzekerheid, dat je niet weet wat je moet zeggen en luister als hij/zij wil praten. Stel de oprechte vraag, hoe het met iemand gaat. Dan merk je vanzelf wat hij/zij wil delen. Veel sterrenouders gaven aan dat ze het lastig vonden om iets te vragen, vaak deden ze dat niet, maar ze het erg fijn vinden als mensen iets voor je doen. Een kaartje, een bezoekje, of hulp bij iets waar je zelf even niet aan toe komt. Zo belangrijk in deze moeilijke tijd.

Ook sprak ik ouders die aangaven het juist fijn te vinden om mee te praten over zwangerschap, de bevalling en alles wat daar bij hoort. Dit gaf ze het gevoel dat hun zwangerschap en kindje er ook bij hoort en recht doet aan hun gevoel van moeder zijn. Of je hier als sterrenouder al aan toe bent, is uiteraard heel verschillend.

Toch; sommige mensen zijn bang dat ze ouders van overleden kindjes herinneren aan stilgeboorte, wanneer ze vragen stellen over de zwangerschap of hun kindje. Vergeet niet dat jij deze herinnering niet naar boven brengt. Sterrenkindjes zijn altijd bij ons. We vergeten ons stilgeboren kindje niet.

‘Een doodgeboren kindje vergeet je nooit’

Gynaecoloog Jan Jaap Erwich (61) doet onderzoek naar doodgeboorte. De trouw publiceerde een artikel op 20 november 2019 in het kader van zingeving.

Onlangs was ik bij de bevalling van een baby, van wie de moeder al twee keer een doodgeboren kind had gekregen. We hadden onderzoek gedaan naar een mogelijke oorzaak van de sterftes, maar konden niets vinden. Er was geen kans op herhaling te voorspellen. Ook niet na de tweede keer. En dan die laatste weken van de huidige zwangerschap, je probeert ze die vreselijk spannende weken door te slepen.

Ik werk nu dertig jaar als gynaecoloog, de laatste jaren als hoogleraar verloskunde aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. Tijdens mijn opleiding in Leiden eind jaren tachtig begon de houding tegenover de zorg rond een doodgeboren kind te veranderen. Langzamerhand kregen we meer oog voor het rouwproces van de moeder en vader.

Binding

Bij de geboorte van een dood kindje bevielen vrouwen in de jaren vijftig, zestig nog achter een doekje. De moeders zagen niet of het een jongetje of een meisje was, dat werd hun ook niet verteld. Ze wisten ook niet wat er met het kind aan de hand was, wat ermee gebeurde. En ze konden het later niet aangeven bij het gemeentehuis.

Vanaf februari dit jaar kunnen doodgeboren kindjes formeel worden geregistreerd, ook met terugwerkende kracht. Landelijk zijn er al meer dan tienduizend doodgeboren kinderen aangegeven. Ik had een huilende moeder van in de zeventig aan de telefoon, die vroeg of wij iets konden achterhalen over haar kind dat in 1954 in ons ziekenhuis doodgeboren was.

Men heeft lange tijd oprecht gedacht dat je je zo min mogelijk moest binden aan een doodgeboren kind. Daarom werd er niet over gesproken. Maar – en dat is kwalijker – kinderen die voor de geboorte overleden, mochten ook niet in gewijde grond worden begraven. Vaak verdwenen deze kinderen in anonieme massagraven. En áls die kinderen al begraven werden, dan kwamen ze naast zelfmoordenaars en misdadigers te liggen. Nu weten we hoeveel kwaad we daarmee hebben aangericht. In de jaren tachtig hebben de kerken dat in een keer goedgemaakt. Daarna konden ouders langs een grafje lopen, kregen ze een plaats waar ze met hun verdriet heen konden.

Tijdens mijn opleiding in Leiden zag ik deze houding veranderen. We gingen met de ouders in gesprek over wat een doodgeboren kind met hun relatie doet, hoe de omgeving er tegenaan kijkt. We kregen er oog voor dat alle stadia van rouw ook gelden voor het verlies van een doodgeboren kind. In de jaren daarna zijn we misschien een beetje doorgeslagen; toen móest je over je verdriet praten, of je nu wilde of niet. Nu zijn we wat meer in balans, we beseffen dat het hier om mensen gaat die op jonge leeftijd een groot verlies hebben geleden, verder moeten, misschien nog andere zwangerschappen zullen doormaken. Het is zinnig hen bij dit proces te helpen.

Intens verdriet

Als student en ook als beginnend arts heb ik mij wel afgevraagd: waarom ben ik dokter geworden? Het is een ouderwetse kreet, maar ik kom toch uit bij roeping, misschien dat ze tegenwoordig ‘drive’ zeggen. Tijdens mijn studie vond ik zwangerschappen en de ontwikkeling van het kind al interessant. Als je in deze wetenschap toch wat kon betekenen, dacht ik, en de ellende die wij bij doodgeboren kinderen zagen vóór zou kunnen zijn, dán ben je zinnig bezig. Naar mijn idee wellicht zinniger dan mensen van tachtig, negentig proberen nog eindeloos lang in leven te houden.

Ons gezondheidszorgbudget in Nederland is 90 miljard, waarvan 80 procent wordt uitgegeven in de laatste twee levensjaren van mensen. Als ik een keer subsidie wil om onderzoek te doen naar achtergronden van babyontwikkeling of moederkoekwerking, ja, dan is dat ontzettend lastig. Als ouderen overlijden kan dat erg zijn, maar daar kan men toch vaak uiteindelijk vrede mee hebben. Dat geldt nooit voor een doodgeboren kind. Wie ooit een keer naast de geboorte heeft gestaan van een overleden kindje, vergeet dat intense verdriet van ouders nooit meer. Voor dat verdriet is geen plek.

Ik ben altijd onderzoek blijven doen naar achtergronden en oorzaken van dit overlijden, om er wat aan te kunnen verbeteren. En om de ouders die dit moeten doorstaan, te kunnen bijstaan bij een eventuele volgende zwangerschap en bevalling. Het is zinnig werk hen bij dit proces verder te helpen.

Zoals bij dat stel dat al twee keer een doodgeboren kind had gekregen. De bevalling was verschrikkelijk spannend. En toen dat kind eruit kwam en het wel ‘deed’, huilde, geluid maakte, kwam er een ongelooflijke ontlading bij alle betrokkenen. Ik hield het ook niet droog. En dat is maar goed ook. Want als dit me niet meer zou raken, zou ik er beter mee kunnen ophouden.




Bron: Trouw