Perinataal verlies

Niets is ingrijpender dan de geboorte en het overlijden van je kindje. Evenals het afbreken van een zwangerschap omdat bij jouw kindje ernstige afwijkingen zijn ontdekt of om andere medische redenen.

Wanneer je kindje is overleden (of gaat overlijden), staat je wereld op z’n kop. Je leven lijkt stil te staan, met een rollercoaster van emoties. De meeste ouders fantaseren al enorm over de toekomst met hun kindje. Misschien was je bezig met een babykamer en misschien hadden jullie al een naam bedacht voor de kleine… en dan opeens loopt alles anders.

Een tijd vol angst, verdriet, ongeloof, verdoving. De herinneringen die je hebt worden enorm betekenisvol. Daarom is het belangrijk dat je doet wat voor jou het beste voelt. Blijf dicht bij je gevoel en neem beslissingen voor jezelf.

Op mijn website vind je verschillende informatie over perinataal verlies; praktische informatie, het rouwen en troost. Hieronder vind je, voor ouders en zorgprofessionals, verschillende thema’s met meer informatie.

Perinatale sterfte
Perinatale sterfte is een verzamelnaam voor sterfte vóór, tijdens of ná de geboorte tot 28 dagen, bij een zwangerschapsduur vanaf 22 weken. Perinatale sterfte kunnen we onderverdelen in;
>Foetale sterfte is de benaming specifiek voor sterfte vóór de geboorte, bij een zwangerschapsduur vanaf 22 weken
>Neonatale sterfte is de benaming specifiek voor sterfte de geboorte tot 28 dagen, bij een zwangerschapsduur vanaf 24 weken

Stilgeboorte
Bij stilgeboorte (doodgeboorte, foetale sterfte), als je baby in de baarmoeder niet meer leeft, kun je een spontane bevalling afwachten of kan de bevalling worden ingeleid.

Het overlijden van jouw kindje tijdens de bevalling, net als het overlijden tijdens de zwangerschap, is een onverwachte gebeurtenis. Soms is een kindje nog niet levensvatbaar, of in andere gevallen is er sprake van een medische complicatie. Het verliezen van je kindje is dan een grote schok.

Zwangerschapsverlies / miskraam;
We spreken van een zwangerschapsverlies of een miskraam in de eerste 16 weken van de zwangerschap en over een ‘late miskraam’ vanaf de 16e week tot aan de levensvatbare periode van 24 weken (NL). Je zou dus kunnen zeggen dat de termen miskraam en foetale sterfte elkaar overlappen tijdens een zwangerschapsduur tussen 22 en 24 weken. Toch kun je merken dat in Nederland vanaf 22 weken niet vaak nog over een miskraam wordt gesproken, maar eerder over doodgeboorte. (In België spreekt met van een miskraam of zwangerschapsverlies tot een zwangerschapsduur van 20 weken. Dit wordt voor de vergelijking van internationale cijfers, vaak overgenomen.)

Zwangerschapsafbreking
De afdeling prenatale diagnostiek doet onderzoek naar aangeboren afwijkingen bij een ongeboren kindje. Ouders die de onmogelijke beslissing hebben genomen om de zwangerschap af te breken, hebben vaak verschillende onderzoeken ondergaan op deze afdeling.

In Nederland is in de visie op geboortezorg opgenomen dat gezamenlijke besluitvorming de zorgstandaard is. Dit als het proces waarin de zorgprofessional en de cliënt in gezamenlijkheid tot besluiten komen. In dit proces is het uitwisselen van informatie zeer belangrijk.

In het besluitvormende proces zijn vier fases te onderscheiden.
1>Eerst introduceert de zorgprofessional het idee dat er een keuze is en alternatieve opties mogelijk zijn. Hierbij onderzoekt de zorgprofessional in welke mate de moeder betrokken wil zijn bij de besluitvorming.
2>Vervolgens bespreekt de zorgprofessional alle mogelijkheden en consequenties.
3>Daarna wordt de persoonlijke situatie en voorkeur van de moeder in kaart gebracht.
4>Tenslotte wordt in gezamenlijkheid een beslissing genomen. De uiteindelijke beslissingsbevoegdheid ligt bij de moeder zelf.

Herinneringen maken
Gebruik de dagen die je hebt om herinneringen te maken. Je kunt jouw kindje voorlezen of liedjes zingen. En maak foto’s en/of filmpjes. Deze herinneringen helpen je echt in het latere rouwproces. Om contact met je kindje te maken, kun je hem/haar wassen, aankleden of in een omslagdoekje wikkelen.

Noem mijn naam en ik besta
Wanneer jouw kindje nog geen naam heeft gekregen, adviseer ik dit wel te doen. Het kan het gemakkelijker maken om later over jouw kindje te praten in plaats van over “het” of “de baby”. Sommige ouders geven de naam die zij al gekozen hadden tijdens de zwangerschap, andere ouders bewaren deze voor een eventuele volgende zwangerschap en kiezen een andere naam voor hun sterrenkindje; bijvoorbeeld een symbolische naam of “koosnaampje” die voor het ongeboren kindje gebruikt werd.