Wanneer je kindje doodgeboren wordt staat je leven op zijn kop en het zal nooit meer hetzelfde zijn. Er volgen soms goedbedoelde opmerkingen, die best pijnlijk kunnen zijn. Uiteraard zijn mensen enorm met je begaan. Maar wat juist moeilijk is, is waar mensen je graag weer als je oude zelf terug willen zien, terwijl jij helemaal niet van je verdriet af wilt. Dit kan namelijk voelen alsof je je kindje aan het vergeten bent of geen recht doet aan het gemis.

Ik heb verschillende sterrenouders gesproken in voorbereiding op deze blog. Ik heb dit onderwerp aan ze voorgelegd en gevraagd welke opmerkingen hen zijn bijgebleven. Hieronder een overzicht van wat zij hebben aangegeven.

Je kindje heeft dus niet geleefd?
Mensen bedoelen uiteraard dat hij/zij na de geboorte niet geleefd heeft. Maar dat voelt alsof de zwangerschap niet meetelt, terwijl je die periode bij stilgeboorte juist enorm koestert. Natuurlijk heeft hij/zij geleefd. Je hebt het hartje gehoord en hem/haar voelen schoppen. Je kindje is misschien doodgeboren, maar heeft zeker wel geleefd.

Je hebt het kindje niet gekend, dat zou erger zijn geweest.
Wat onder andere pijn doet bij een doodgeboorte is dat je je kindje nooit zal kennen. Nooit de zorg kan geven die je wilde. Nooit die eerste stapjes en de eerste woordjes. Geen slaapliedjes en geen verhaaltjes. Je weet de kleur van zijn/haar oogjes niet. Veel sterrenouders hebben er alles voor over om die herinneringen te kunnen maken. Verdriet van stilgeboorte of overlijden van een kindje op latere leeftijd, is niet te vergelijken. Maar het verdriet bij stilgeboorte is daardoor zeker niet minder.

“We konden je niet kennen, maar we weten wie je bent”.

Ik heb ook wel eens een miskraam gehad.
Veel sterrenouders die ik gesproken heb, benoemden de vergelijking met een miskraam. Het lijkt alsof het krijgen van een miskraam meer besproken wordt en er minder een taboe op rust, dan bij doodgeboorte. Ik citeer een moeder die haar kindje is verloren:

“Ik had een kindje in mijn armen, helemaal compleet. Ik wil het verdriet bij een miskraam niet ondermijnen, alsof dat geen vreselijk verlies is, want ik heb dat zelf ook meegemaakt. Ieders verdriet mag er zijn. Maar een doodgeboren kindje een miskraam noemen, voelt alsof het niet erkent wordt. Het voelt alsof het afgedaan wordt als iets waar je wel sneller overheen moet stappen, alsof het niet een compleet kindje was, geen volwaardig kindje. Een kindje in je armen, een begrafenis, een crematie. Een kindje, zo compleet, is anders dan een miskraam”.

“Doodgeboorte: Wanneer een vrouw bevalt van een kindje dat na de 16e week van de zwangerschap in de buik is doodgegaan. Maar we praten ook over een ‘doodgeboorte’ als een kindje tijdens de bevalling doodgaat.”

Gelukkig heb je nog tijd en kun je nog kinderen krijgen.
Al heb je vijf kinderen, al krijg je er nog tien… het verdriet, de pijn en de rouw om het kindje wat je bent verloren zal hier nooit minder om zijn en is niet vervangbaar.

Je moet het een plekje geven.
“Het” heeft een naam. En een plekje? Waar is toch dat plekje dan? Het gemis en verdriet om je kindje zal voor altijd bij je zijn. Je leven wordt nooit meer hetzelfde. Er is geen ‘plekje’ voor. En bovendien, een plekje voelt als wegstoppen, dat willen we niet.

Werken?
Na een doodgeboren kindje heb je recht op normale zwangerschapsverlof, daar verbazen mensen zich soms over. Maar werken lukt vaak gewoonweg nog niet.

Wat dan wel?
Het is voor mensen uiteraard heel moeilijk om mee om te gaan. Wat zeg je en hoe gedraag je je, want je wilt juist het ‘goede’ doen. Maar na het overlijden van je kindje ben je niet bezig met wat de ander bezig houdt, dat het voor de ander moeilijk is. Dat is een beetje egoïstisch, maar wel de waarheid. Dat kun je er gewoon niet bij hebben.

Wat kan helpen is; wees eerlijk in je onzekerheid, dat je niet weet wat je moet zeggen en luister als hij/zij wil praten. Stel de oprechte vraag, hoe het met iemand gaat. Dan merk je vanzelf wat hij/zij wil delen. Veel sterrenouders gaven aan dat ze het lastig vonden om iets te vragen, vaak deden ze dat niet, maar ze het erg fijn vinden als mensen iets voor je doen. Een kaartje, een bezoekje, of hulp bij iets waar je zelf even niet aan toe komt. Zo belangrijk in deze moeilijke tijd.

Ook sprak ik ouders die aangaven het juist fijn te vinden om mee te praten over zwangerschap, de bevalling en alles wat daar bij hoort. Dit gaf ze het gevoel dat hun zwangerschap en kindje er ook bij hoort en recht doet aan hun gevoel van moeder zijn. Of je hier als sterrenouder al aan toe bent, is uiteraard heel verschillend.

Toch; sommige mensen zijn bang dat ze ouders van overleden kindjes herinneren aan stilgeboorte, wanneer ze vragen stellen over de zwangerschap of hun kindje. Vergeet niet dat jij deze herinnering niet naar boven brengt. Sterrenkindjes zijn altijd bij ons. We vergeten ons stilgeboren kindje niet.