Wanneer je kindje doodgeboren wordt staat je leven op zijn kop en het zal nooit meer hetzelfde zijn. Er volgen soms goedbedoelde opmerkingen, die best pijnlijk kunnen zijn. Uiteraard zijn mensen enorm met je begaan. Maar wat juist moeilijk is, is waar mensen je graag weer als je oude zelf terug willen zien, terwijl jij helemaal niet van je verdriet af wilt. Dit kan namelijk voelen alsof je je kindje aan het vergeten bent of geen recht doet aan het gemis.

Ik heb verschillende sterrenouders gesproken in voorbereiding op deze blog. Ik heb dit onderwerp aan ze voorgelegd en gevraagd welke opmerkingen hen zijn bijgebleven. Hieronder een overzicht van wat zij hebben aangegeven.

Je kindje heeft dus niet geleefd?
Mensen bedoelen uiteraard dat hij/zij na de geboorte niet geleefd heeft. Maar dat voelt alsof de zwangerschap niet meetelt, terwijl je die periode bij stilgeboorte juist enorm koestert. Natuurlijk heeft hij/zij geleefd. Je hebt het hartje gehoord en hem/haar voelen schoppen. Je kindje is misschien doodgeboren, maar heeft zeker wel geleefd.

Je hebt het kindje niet gekend, dat zou erger zijn geweest.
Wat onder andere pijn doet bij een doodgeboorte is dat je je kindje nooit zal kennen. Nooit de zorg kan geven die je wilde. Nooit die eerste stapjes en de eerste woordjes. Geen slaapliedjes en geen verhaaltjes. Je weet de kleur van zijn/haar oogjes niet. Veel sterrenouders hebben er alles voor over om die herinneringen te kunnen maken. Verdriet van stilgeboorte of overlijden van een kindje op latere leeftijd, is niet te vergelijken. Maar het verdriet bij stilgeboorte is daardoor zeker niet minder.

“We konden je niet kennen, maar we weten wie je bent”.

Gelukkig heb je nog tijd en kun je nog kinderen krijgen.
Al heb je vijf kinderen, al krijg je er nog tien… het verdriet, de pijn en de rouw om het kindje wat je bent verloren zal hier nooit minder om zijn en is niet vervangbaar.

Je moet het een plekje geven.
“Het” heeft een naam. En een plekje? Waar is toch dat plekje dan? Het gemis en verdriet om je kindje zal voor altijd bij je zijn. Je leven wordt nooit meer hetzelfde. Er is geen ‘plekje’ voor. En bovendien, een plekje voelt als wegstoppen, dat willen we niet.

Werken?
Na een doodgeboren kindje heb je recht op normale zwangerschapsverlof, daar verbazen mensen zich soms over. Maar werken lukt vaak gewoonweg nog niet.

Ik heb ook wel eens een miskraam gehad.
Veel sterrenouders die ik gesproken heb, benoemden de vergelijking met een vroege miskraam. Een moeilijk onderwerp waarbij je niemand te kort wilt doen. Ik citeer een moeder die haar kindje is verloren:

“Ik had een kindje in mijn armen, helemaal compleet. Ik wil het verdriet bij een miskraam niet ondermijnen, alsof dat geen vreselijk verlies is, want ik heb dat zelf ook meegemaakt. Ieders verdriet mag er zijn. Maar een doodgeboren kindje een miskraam noemen, voelt alsof het niet erkent wordt. Het voelt alsof het afgedaan wordt als iets waar je wel sneller overheen moet stappen, alsof het niet een compleet kindje was, geen volwaardig kindje. Een kindje in je armen, een begrafenis, een crematie. Een kindje, zo compleet, is anders dan een vroege miskraam”.

Natuurlijk moeten we de rouwverwerking bij zwangerschapsverlies / miskraam niet onderschatten en is de situatie voor iedereen verschillend. Juist ook voor mensen die een late miskraam hebben meegemaakt, kan het pijnlijk zijn wanneer dit wordt afgedaan als “minder erg”, iets waar je sneller over heen zou kunnen stappen. Bij een late zwangerschapsverlies / miskraam hebben ouders vaak al het hartje van hun kindje horen kloppen. Het rouwproces van deze ouders mogen we niet onderschatten. Daarnaast hoe ouders omgaan met een vroege zwangerschapsverlies in de eerste zwangerschapsweken, kan ook heel verschillende zijn.

De essentie is dat het hierbij niet gaat om het maken van een vergelijking, iedere situatie is uniek en ieder verdriet, ieder rouwproces is uniek. Bij een vroege zwangerschapsverlies / miskraam zegt de ene vrouw; “Dit is nu eenmaal zo, we hadden pech, we proberen het gewoon weer. Veel vrouwen krijgen een miskraam, vooral bij hun eerste zwangerschap”. Maar voor de ander voelt het als iets veel groters waar ze afscheid van nemen; “Al was het nog geen kindje, zo voelde het wel. Het was meer dan een hoopje cellen, het was onze toekomst die wegebde”.

Welke termen gebruiken we in de gezondheidszorg: We spreken van doodgeboorte (foetale sterfte) na een zwangerschapsduur van 22 weken (volksgezondheid NL). De definities variëren tussen de 16 en 24 weken. Men spreek namelijk van zwangerschapsverlies of een miskraam in de eerste 16 weken van de zwangerschap en over een late miskraam vanaf de 16e week tot aan de levensvatbare periode van 24 weken. Je zou dus kunnen zeggen dat deze termen elkaar overlappen tijdens een zwangerschapsduur tussen 22 en 24 weken.

Wat dan wel?
Het is voor mensen uiteraard heel moeilijk om mee om te gaan. Wat zeg je en hoe gedraag je je, want je wilt juist het ‘goede’ doen. Maar na het overlijden van je kindje ben je niet bezig met wat de ander bezig houdt, dat het voor de ander moeilijk is. Dat is een beetje egoïstisch, maar wel de waarheid. Dat kun je er gewoon niet bij hebben.

Wat kan helpen is; wees eerlijk in je onzekerheid, dat je niet weet wat je moet zeggen en luister als hij/zij wil praten. Stel de oprechte vraag, hoe het met iemand gaat. Dan merk je vanzelf wat hij/zij wil delen. Veel sterrenouders gaven aan dat ze het lastig vonden om iets te vragen, vaak deden ze dat niet, maar ze het erg fijn vinden als mensen iets voor je doen. Een kaartje, een bezoekje, of hulp bij iets waar je zelf even niet aan toe komt. Zo belangrijk in deze moeilijke tijd.

Ook sprak ik ouders die aangaven het juist fijn te vinden om mee te praten over zwangerschap, de bevalling en alles wat daar bij hoort. Dit gaf ze het gevoel dat hun zwangerschap en kindje er ook bij hoort en recht doet aan hun gevoel van moeder zijn. Of je hier als sterrenouder al aan toe bent, is uiteraard heel verschillend.

Toch; sommige mensen zijn bang dat ze ouders van overleden kindjes herinneren aan stilgeboorte, wanneer ze vragen stellen over de zwangerschap of hun kindje. Vergeet niet dat jij deze herinnering niet naar boven brengt. Sterrenkindjes zijn altijd bij ons. We vergeten ons stilgeboren kindje niet.